De gevolgen van het voorlopig pensioenakkoord

De gevolgen van het voorlopig pensioenakkoord

Het zal u niet ontgaan zijn dat de regering, werkgevers en werknemers afspraken hebben gemaakt over een aantal veranderingen in het pensioenstelsel. Deze afspraken staan in het voorlopig Pensioenakkoord 2019. Onze pensioenadviseur kan u hierover alles vertellen. Mocht u advies willen hebben, neem dat contact met ons op. Op de volgende pagina's vindt u meer informatie over pensioenen en onze contactgegevens:
 

U kunt ook vrijblijvend contact met ons opnemen:
pensioen@dutei.nl
088 8810200

Hieronder vindt u een overzicht van de voorgestelde veranderingen. Bron: wijzeringeldzaken.nl
 

AOW-leeftijd gaat minder snel omhoog

Tot 2021 blijft de AOW-leeftijd 66 jaar en 4 maanden. Daarna gaat de AOW-leeftijd in een paar stappen omhoog:

  • In 2022 is de AOW-leeftijd 66 jaar en 7 maanden.
  • In 2023 is de AOW-leeftijd 66 jaar en 10 maanden.
  • In 2024 is de AOW-leeftijd 67 jaar.

Na 2024 gaat de verhoging van de AOW-leeftijd door, maar minder snel dan nu het geval is. 
 

Vroegpensioen 3 jaar voor je AOW-leeftijd

Op dit moment moet je werkgever een hoge boete betalen als je van je werkgever geld krijgt om met vervroegd pensioen te gaan. Vanaf 2021 betaalt je werkgever die boete niet als:

  • je 3 jaar voor je AOW-leeftijd met pensioen gaat, en
  • je van je werkgever maximaal € 19.000 per jaar ontvangt vanaf de datum waarop je stopt met werken tot je AOW-leeftijd.

Werkgevers en werknemers gaan hierover nog afspraken maken.
 

Pensioen en arbeidongeschiktheid voor zzp'ers

Er komt waarschijnlijk geen verplicht pensioen voor zzp'ers. Wel kunnen ze makkelijker deelnemen aan een pensioenregeling. Zzp'ers krijgen wel te maken met een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering. Alleen als ze zelf voldoende middelen hebben voor een inkomen bij ziekte, geldt de verplichting niet. De voorwaarden weten we op dit moment nog niet.
 

Pensioenopbouw bij pensioenfondsen

De pensioenopbouw bij pensioenfondsen gaat veranderen. Als je pensioen opbouwt bij een pensioenfonds, betaalt je werkgever voor elke werknemer evenveel premie. Het maakt niet uit hoe oud de werknemers zijn. Daardoor betaalt een werkgever voor jongere werknemers te veel premie en voor oudere werknemers te weinig. Een deel van de premie voor jongere werknemers gaat naar het pensioen van oudere werknemers. Dat systeem (de doorsneepremie) werkte ooit goed, maar nu niet meer. Daarom gaat dit veranderen. De verwachting is dat jouw pensioenpremie helemaal voor jouw pensioen is. Wat dat precies betekent, moeten we nog afwachten. 
 

Wat is de doorsneepremie?

Bijna alle pensioenfondsen gebruiken de zogenaamde doorsneepremie. Hierbij betaalt de werkgever voor elke werknemer dezelfde premie, hoe oud de werknemer ook is. Door dit systeem betaalt een werkgever voor werknemers tot ongeveer 45 jaar 'te veel' en oudere werknemer 'te weinig'. Dat 'te veel' voor de jongere werknemers gaat naar het pensioen voor de oudere werknemers. 
Zo betalen jongere werknemers voor het pensioen van oudere werknemers. In een tijd waarin werknemers hun hele leven hetzelfde pensioenfonds blijven, werkt dat goed. Maar de arbeidsmarkt is veranderd. Er zijn meer zelfstandigen en mensen wisselen vaker van baan. Daarnaast speelt ook de vergrijzing een rol. Om deze en meer redenen is de doorsneepremie niet meer van deze tijd. Daarom bestaat al langer de wens om dit systeem aan te passen. Dat heeft wel gevolgen voor de pensioenopbouw. Wat dat precies betekent, is nu nog niet duidelijk.

 

Pensioenopbouw bij verzekeraars

Ook de pensioenopbouw bij verzekeraars gaat veranderen. Bij verzekeraars is de hoogte van de pensioenpremie afhankelijk van de leeftijd van de werknemer. Voor jonge werknemers betaalt een werkgever (veel) minder pensioenpremie dan voor oude(re) werknemers. Het is de bedoeling dat een werkgever straks voor elke werknemer evenveel premie betaalt. Het maakt dan niet uit hoe oud de werknemer is. Wat dat betekent voor je pensioen, is nog onduidelijk. 
 

Meer werknemers moeten pensioen opbouwen

Er zijn nog steeds veel werknemers die geen pensioen opbouwen. Daarnaast bouwen uitzendkrachten vaak pas pensioen op als ze minimaal 26 weken werken. In het voorlopig Pensioenakkoord 2019 is afgesproken dat meer werknemers pensioen moeten gaan opbouwen. Het is nog niet duidelijk hoe dat gaat uitpakken.
 

En de pensioenkortingen?

Je hebt het waarschijnlijk wel gelezen of gehoord. Veel pensioenfondsen moeten de pensioenuitkeringen verlagen. Dat is nodig om aan de pensioenregels te voldoen. De afspraken uit het voorlopige Pensioenakkoord 2019 betekenen dat je pensioen misschien gelijk blijft of minder daalt. Wat er precies met je pensioen gebeurt, hangt af van het pensioenfonds waar je pensioen opbouwt.


De afspraken zijn nog niet definitief
De leden van de vakbonden zijn akkoord met de voorstellen. Nu moeten de Tweede en Eerste Kamer de voorstellen nog goedkeuren.


<< terug naar alle nieuwsberichten